Posts tonen met het label Archief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Archief. Alle posts tonen

zondag 22 september 2013

Woodpeckers from space

Ik was in de jaren 80 af en toe aan het tekenen voor van Bosch en Nieuwkoop oftewel Boni records en break records. Rond 1983 werd er gewerkt aan een nieuwe productie. In Nederland kreeg het project de naam Woodpeckers from space van Videokids (gevormd door het duo Bianca Bonelli en Renee Portegies die beiden niet meer leven). In het Engels werd het project Tico Tac Spacepeckers genoemd. Op het singeltje was het lachje van Woody Woodpecker te horen en om niet in de problemen te komen met de eigenaren (de rechthebbers van Walter Lantz) van deze Amerikaanse specht moest er voor publicatie een figuurtje verzonnen worden dat niet op een specht mocht lijken. Het werd een soort ruimtemannetje voorzien van een houtboor.
Nadat ik het ontwerpwerk had ingeleverd maakte de Toonderstudio's een tekenfilm-videoclip met het character.



Van het eerste singeltje werden er in het buitenland meer dan 3 miljoen verkocht.
Woodpeckers from space stond in Spanje, Portugal, Noorwegen, Zwitserland en Noorwegen wekenlang op nummer 1 op de verschillende hitparades. Hiermee werden de producers onderscheiden met de exportprijs 1985.

Bij de Toonderstudio werd het animatiewerk gedaan door Bjorn Frank Jensen geassisteerd door Frits Godthelp.

Ook werd er een promostripje gemaakt van Tico Tac (getekend door Bjorn Frank Jensen).


En nog wat promotioneel werk:





 
 

zaterdag 21 september 2013

Moeps Pepernoot

oorspronkelijk geplaatst op 13-12-2004
 
In het blad Story stond rond 1975 de strip Moeps Pepernoot. de strip was een productie van Jan Kruis (bekend van Jan, Jans en de kinderen) en werd getekend door Jan van der Voo. De strip werd geschreven door verschillende gagwriters.

 
 

zaterdag 13 april 2013

Eerste uitgave Ohee (13/4/1963)

In Belgie begon uitgeverij Het Volk 13 april 1963 het weekblad Ohee.Ieder nummer bestond uit een compleet stripverhaal.Titels die in Ohee werden geplaatst waren o.a.:Dag en Heidi (Broeckxen Dewinter); Jan Knap (Clement);Bi-Bip (Jean-Pol); Sandy (Lambil); Zilverpijl (Frank Sels);Dees Dubbel en Cesar (Clement); Felix (Tillieux) en Ketje & Co (Hurey). Vanaf nr. 629 werd Ohee voortaan Ohee-clubmagazine en op 31 december 1977 hield het blad op te bestaan.

dinsdag 12 maart 2013

Fred Julsing 12/3/1942 - 15/1/2005

 Deze blog schreef ik in 2005 kort nadat ik het bericht ontving dat Fred Julsing waarmee ik een intensief mailcontact onderhield overleden was.
 
Fred Julsing werd op 12 maart 1942 geboren in Den Haag. Fred's vader was kunstschilder en maakte in 1946/1947 zelf beeldverhalen . Voor Fred Julsing was tekenen een levensbehoefte. Al op jonge leeftijd maakte hij een soort tekenfilms en het lag voor de hand dat Fred een kunstopleiding zou gaan volgen. Het probleem dat hij 15 jaar was (en dus 3 jaar te jong voor de opleiding) werd na het zien van zijn tekenwerk weggepoetst door de directeur van de Vrije Academie Den Haag. Julsing is begin jaren '60 gaan werken bij de Toonderstudio's. Na een periode The Tjong Khing geassisteerd te hebben (student Tijloos), hielp hij Jan Wesseling met de productie van Koning Hollewijn. Na een paar maanden in de productie te hebben meegedraaid werd Julsing vriendelijk doch dringend gevraagd om thuis te gaan werken. Hij heeft nooit begrepen waarom dat precies was maar hij nam deze mogelijkheid met beide handen aan. Iedere vrijdag bracht hij de studio's een bezoek om het werk dat hij die week gemaakt had af te leveren en nieuw te tekenen opdrachten mee te nemen.



 In die periode was hij al zelfstandig schetser van Toonder- producties als Panda (PV 77) en Kappie (KV 96 en KV 97). Eind 1963 werd Julsing bij een reorganisatie ontslagen bij de Toonderstudio's. Nadat Fred enige tijd illustraties en tekstverhalen had gemaakt voor Autovisie besloot hij om het na ruim een jaar nog eens te proberen bij Toonder. Het werk dat hij liet zien was voor Toonder aanleiding hem op de Tom Poes strip te zetten en zo werd Julsing Toonders meest naaste medewerker van dat moment. De eerste Tom Poes strip die Julsing schetste was het verhaal "De Labberdaan" (voor de liefhebbers bekend als BV 110 dat verscheen vanaf 14 april 1965). Julsing bleef Tom Poes en Heer Bommel tekenen t/m het verhaal "De Waarde-ring" (BV 134 van 18/1/1971 t/m 4/3/1971).


 Naast aan de productie van de Tom Poes dagstrip werkte Julsing ook aan het tekenwerk voor het project "Tom Poes en de Toverfluit" (op tekst van Harry Geelen); de Tom Poes weekstrip "De kleine groene mannetjes" in het weekblad Donald Duck (1969) en "Tom Poes en de Wiekschieters"(1970) in Arts en Auto; een reclamestrip voor Alete Moolenaar kinder- en babyvoeding (op tekst van Andries Brandt en Patty Klein).



 Eind jaren '60 was Julsing al begonnen om naast aan de Tom Poes strip ook aan eigen strips te werken.

Zo verschenen er strips als Onnistman (1967), Klinsklansklandere van de ene bil op de andere (1968), De Marketingmachine of hoe het produkt Bin van de ondergang werd gered (1969), De Culturele revolutie van voorzitter Janneman (1970) en nog een aantal andere strips voor de bladen Baljuw en Ariadne.

 In 1970 maakte Julsing een strip over het natuur- mannetje Komkommertje en Martien.











Deze strip had Julsing opgezet in de geest van Jean Dilieu's Paulus de boskabouter . De Toonderstudio's wilden de distributie van de strip verzorgen en verkochten hem aan Dagblad de Telegraaf. Maar dat was tegen de zin van Fred. De Telegraaf was nu juist een blad waar hij niet in wilde publiceren. De deal (wekelijks 4 pagina's voor de kleurenbijlage) werd afgeblazen en de strip werd als Gagstrip verkocht aan Journaal 2000, een huis aan huis reclameblad dat in een oplage van 1 miljoen in de grote steden werd verspreid. De strip werd niet wat Julsing er van verwacht had. Julsing liet in 1976 voor het blad Striprofiel (Maarten J. de Meulder) hetvolgende optekenen: "Uiteindelijk hebben ze de zaak aan Journaal 2000 verpatst, maar wat werd opgezet als een vervolgstrip, waardoor je je steeds dieper in zo'n bomenwereld kunt verplaatsen, werd een eenmaandelijkse Gag-strip. Kun je nu geloven, dat niets gebeurd, voordat de tijd daar is? // Ik wilde een wereldje toegankelijk maken. Mijn Wereldje in prachtige tekeningen en leuke verhaaltjes. Maar dat ei kon ik niet kwijt. Of was het nog geen ei; alleen maar een beginsel ervan? Ik vond het niet tof." 


 


In 2001 schreef Fred Julsing onder de titel "'n vaste betrekking" een uitgebreid artikel over zijn tijd dat hij werkzaam was voor de Toonderstudio's. Klik hier om het artikel te lezen en te bekijken. Vervolgens laat Julsing zijn talenten los op het stripblad PEP (Pordios wat een blad!) 



 Toen de stripbladen Pep en Sjors opgingen in Eppo was er in dat blad geen plek meer voor Julsing strips. Wel maakte hij de mascotte en een strip voor Oberon's nieuwe maandblad Baberiba. Helaas is dit blad nooit verder gekomen dan het eerste 0 nummer.



Tussen 1972 en 1985 maakte hij prachtig werk voor Malmberg, de uitgeverij van bladen als Primo, jippo, Okkie en Taptoe. Strips als "Robinson", "De Schat van het landje", "Witte's Dagboek" (later voortgezet in het weekblad Donald Duck), Sloom, Sloom en Snel en tal van korte strips.








In het Sjors en Sjimmie weekblad publiceerde Julsing de Wortels van War. Een strip waar hij diep voor is gegaan. Met Piet Zeeman heeft hij geprobeerd een vervolg te maken maar dat liep vast.



In 1993/1994 verscheen Julsing's laatste (wat korte reclamestripjes en voorbeelden in vakbladen uitgezonderd) gepubliceerde strip "Pietsie en Pop en de Zonen van O" in het blad Taptoe. Julsing verhuisde van de Betuwe naar Californie waar hij in een mooie omgeving met Kay een gelukkig leven leide. Hij probeerde er een nieuwe Dagstripvorm op te zetten en was lang in gesprek met een Nederlands Dagblad over de publicatie ervan. Helaas haakte het Dagblad af terwijl de plannen in een vergevorderd stadiumverkeerden en heeft het grote publiek nooit kennis kunnen nemen van de vorm van dit initiatief. Ook toen Julsing wist van zijn ziekte bleef hij onverdroten doorgaan met schrijven, illustreren en schilderen. Op 15 januari 2005 is Fred Julsing op 63 jarige leeftijd overleden.

Ik vond Fred Julsing een bijzonder mens. Ik heb hem leren kennen als een aardige man die zijn best deed om je vooruit te helpen en je werk, vragen en opmerkingen altijd serieus nam en dat is wat waard. Als tekenaar bewonderde ik hem in hoge mate. Sommige van zijn verhalen kwamen na een denderend begin niet helemaal uit de verf maar hij was de eerste om die mening te delen (zeker als het de verhalen uit zijn Pep periode betrof ). Maar natuurlijk waren er ook verhalen die ik erg bewonderde. De schat van het landje, de sprookjes en Witte's Dagboek waren verhalen die ik altijd erg mooi heb gevonden en nog vind. .




© erven Julsing / Toondercompagnie


dinsdag 19 februari 2013

De eerste Puk en Poppedijn (14-11-1964)

Op 14 november 1964 stond de eerste aflevering van de strip Puk en Poppedijn in de Spiegel. De strip Puk en Poppedijn werd getekend en geschreven door Piet Wijn en de inkleuring werd gedaan door Wim Lensen die in vaste dienst werkte voor de Tooderstudio's die de distributie van Puk en Poppedijn verzorgde.

vrijdag 8 februari 2013

Klaas van der Spoel 12/12/1938

In de jaren '70 las ik een berichtje in een stripinformatieblad over een nieuwe krantenstrip van Klaas van der Spoel. Het opvallende was dat deze strip (James Hond contra doping) gemaakt werd in de traditionele Hollandse stijl. James Hond was een tekststrip en werd in een krant ergens in het hoge Noorden geplaatst. Veel later kwam ik in een Duits puzzelblad een strip tegen van zijn hand.

Dankzij Internet kwam ik in contact met Klaas van der Spoel. Het bleek dat van de strip James Hond drie verhalen zijn gemaakt. Die verhalen zijn verschenen in verschillende regionale Dagbladen. Vanaf het tweede verhaal heeft van der Spoel de ondertekstformule losgelaten en werd de strip voorzien van balloons.
Verder maakte Klaas; Westward Ho (in Cartoonnews-VS), Polo Mars (in Zien en in SW Journaal) en educatieve strips voor Wolters noorhoff.
Tegenwoordig schrijft Klaas van de Spoel boeken.

© Klaas van der Spoel

  Oorspronkelijk geplaatst op: 12 december 2004

Bommel in de HP

In de Haagse Post van 3 december 1969 stond de eerste aflevering
van een nieuwe reeks Bommel weekbladstrips. Van deze balloonsstrips
werd iedere week 1 aflevering geplaatst. De strip week in sterke mate af
van balloonstrips die eerder verschenen (o.a. in de Donald Duck en de Revu).


Deze strips gaven een beschouwelijke kijk op de maatschappij vanuit de verschillende karakters uit de Bommelverhalen en Bommel bewoog zich langs de grenzen zijn "Ik". Totaal machteloos om werkelijk enige invloed uit te oefenen. Zonder hinderlijke handreikingen van Tom Poes leek Bommel zich op te houden in de eindeloos prachtige maar ook breekbaar lege wereld die de illustraties van de Bommelpockets sieren.
Het verhaal gaat dat Toonder deze strip is gaan maken nadat in datzelfde blad (de Haagse Post dus) kritiek te lezen was over het gegeven dat Toonder zijn medewerkers veel werk aan Tom Poes liet verichten zonder dat daar credits tegen over stonden.
Toonder liet middels deze strip in ieder geval zien dat hij zelf nog prima in staat was om geheel op eigen kracht een meesterlijke strip neer te zetten. Helaas verdween de strip tijdens het derde verhaal (mei 1970) uit het blad. Toonder heeft dit verhaal later voor boekpublicatie afgerond.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 27 mei 2004  

woensdag 6 februari 2013

Brand in de Toonderstudio’s

Begin jaren 70 van de vorige eeuw; de Toonderstudio stond aan wat de vooravond van een nieuwe opbloei zou moeten worden. Het bruiste er van de creativiteit en nieuwe ideeën. En toen kwam de brand. De studio werd niet door de vlammen verzwolgen maar doorspoeld door bluswater. Toonder's oudste medewerker meesterinkleurder Wim Lensen had juist de brandvrije kluis leeggemaakt om orde te scheppen in de stapels originelen die er lagen opgeslagen. Vijf uur sluitingstijd, morgen verder. Die nacht was het een orgie van spattend water en lekkende kleuren. De knap gepenseelde originelen werden ordeloze vlekpartijen. De Bommels voor de Revue en Puk en Poppedijn voor de Spiegel verdwenen in de afvalbak en als Harry Geelen er niet geweest was had nooit iemand ze terug gezien. 






vrijdag 1 februari 2013

De Toonderstudio werkte mee aan Asterix en Cleopatra

In 1968 verscheen de bioscoopfilm Asterix et Cleopatra.
De Toonderstudio heeft voor deze film een deel van de productie gedaan.
Borge Ring werkte aan de animatie maar ook de andere bekende Toonder tekenfilmers waaronder Wim Ballendux, Per Lygum, Th. de Krey en Hans Hogendoorn droegen hun steentje bij.

donderdag 31 januari 2013

"Prinses Aster", ex-Donald-Duckstrip, nu digitaal te koop


 Sinds afgelopen zaterdag 11 februari 2012 is een digitale versie van het stripverhaal "Prinses Aster, de Voorspellingen van Madam Zora" te koop in Apples iBooks Winkel. Deze kinderstrip is geschreven en getekend door Wilma van den Bosch.
"De Voorspellingen van Madam Zora" is een vervolg op het verhaal "Prinses Aster, de Sterrenvanger", dat een paar weken geleden al digitaal is verschenen.
De Prinses Aster-verhalen zijn eerder gepubliceerd in het weekblad Donald Duck en nu geschikt gemaakt om – via het programma iBooks – te lezen op een iPad.
Het zijn sprookjesachtige, op kinderen gerichte verhalen over de bewoners van de verre, gexefsoleerde planeet Eureka, die ontdekken dat er méér in het heelal bestaat dan wat zij al kennen uit hun eigen koninkrijk.
De verhalen zijn met liefde en zorg gemaakt door Wilma van den Bosch.
Wilma is een van de weinige vrouwelijke Nederlandse tekenaars die met strips tekenen haar brood verdient.
Ze is al jaren bekend als Nederlandse Disney-tekenaar voor het weekblad Donald Duck en werkt daarnaast aan eigen strips en verhalen.
Naast de Prinses Aster verhalen hoopt Uitgeverij Welland binnenkort méér van Wilma's werk te kunnen uitgeven.
"Prinses Aster, de Voorspellingen van Madam Zora" is te vinden via deze link:
Het eerste deel – "Prinses Aster, de Sterrenvanger" – is te vinden via deze link:

woensdag 30 januari 2013

Swan Features Syndicate


In de stortvloed van informatie over Marten Toonder en omgeving die ons in dit Toonderjaar bereikt duiken af en toe namen op waar je (ik in ieder geval) toch nog iets meer zou willen weten. Ton de Zwaan is zo iemand. Na zijn afscheid van Marten Toonder (1954) begon hij een eigen syndicate (distributie bureau voor strips). De Zwaan leeft niet meer en informatie is jammer genoeg bijna niet te vinden.
Ik ben op zoek gegaan en vond in een Leidsch Dagblad uit 1966 een interview met de Zwaan.
Niet helemaal bevredigend qua scan maar toch een uniek stuk info uit de Nederlandse stripgeschiedenis.

Natuurlijk beter te lezen na een klik.


Oorspronkelijk geplaatst op 21 november 2012

maandag 28 januari 2013

De geschiedenis van Opie het Eskimojongetje

 De speurtocht naar de geschiedenis achter de strip Opie het Eskimojongetje begon op 13 februari 2004.
Op mijn blog schreef ik het volgende:


De strip Opie de Eskimo verscheen van 25 mei 1963 tot eind 1965 dagelijks in Het Vrije Volk. Opie werd gemaakt door Hank P. Meyer en de distributie werd verzorgd door Opera Mundi. 
Ieder verhaal bestond uit ongeveer 18 afleveringen en dat is nou precies wat me boeit aan Opie. 
In 18 afleveringen een afgerond verhaal vertellen is bijzonder. Gewoonlijk bestaan (ondertekst) krantenstrips uit 40 t/m 100+ afleveringen. OK, de eerste 12 Tom Poes verhalen telden ieder 28 afleveringen maar al snel kon Marten Toonder overschakelen naar verhalen met meer afleveringen. Kun je in 18 afleveringen een goed verhaal vertellen? Kun je de karakters voldoende uitdiepen? Ik krijg zin om het zelf eens uit te proberen. 
Ik ga ook op zoek naar knipsels van Opie.


In 2007 herhaalde ik het bovenstaande. Was nog niet veel wijzer geworden over Opie. 
Naar aanleiding van deze plaatsing ontving ik berichten (blogs waren toen nog tamelijk interactief) dat de strip voor het eerst in de jaren 40 van vorige eeuw heeft gelopen en de publicatie tussen 1963 en 1965 herplaatsing betrof. 

 Een jaar later ontving ik een mail uit Dubai. Het bleek afkomstig van de dochter van het echtpaar Meijer en bevatte de gezochte informatie. 


Opie het Eskimojongetje werd geschreven door schrijfster Cornelia Meijer en getekend door haar echtgenoot Hank P Meijer.  


De strip  heeft, behalve in het Vrije Volk, nog een veel langere tijd in de Belgische krant La libre Belgique gestaan en is als ik me niet vergis ook verkocht aan Canada.  
Het was inderdaad hard werken voor allebei om iedere drie weken een strip klaar te maken, met een mooi compleet verhaal.

Hank P Meijer heeft ook veel politieke prenten gemaakt voor diverse kranten.  Jaren lang heeft hij ook  de tekeningen gemaakt voor de boeken van “Noddy”.  


Verder heeft hij veel boeken geillustreerd, zowel kinderboeken (bijvoorbeeld voor Enid Blyton de Engelse schrijfster), als romans en studieboeken. Ook  maakte hij later veel technische tekeningen voor het Ministerie van Defensie.

Meijer, die in 2003 is overleden, werkte ook onder het pseudoniem "AMBO".


Met dank aan Will Ross, Ruud Straatman, Bas Schuddeboom en Ike Makansi-Meijer.

Toevoeging: 30-01-2013

In 2004 vroeg ik me af hoe dat er uit zou zien; Tekstverhalen van 18 stroken.
Hieronder volgt het eerste Opie verhaal (natuurlijk te vergroten door te klikken):


















woensdag 23 januari 2013

IM Jules Coenen 12/2/1959 - 23/1/2004



In 2004 werd de Nederlandse stripwereld overrompeld door het bericht dat Jules Coenen plotseling was overleden. Coenen starte zijn cariere bij de Nedelandse Disney productie in 1977. In 1980 verhuizde Coenen naar Amerika om in het klielzog van Daan Jippes te gaan werken aan Disney producties. Coenen had zich inmiddels helemaal toegelegd op het inkten en werkte o.a. aan de Donald Duck daily (dagelijkse Donald Duck krantenstrip 1986/1987). In 2004 was Jules teruggekomen naar Nederland om weer voor de Nederlandse Donald Duck te gaan werken.
Vlak na de vliegreis werd een Trombose hem fataal.


Bovenstaande strip (schets daan jippes) is door Jules geinkt.
© Disney

zondag 20 januari 2013

I.M. Pieter Kuhn

Op 20 januari 1966 overleed Pieter Kuhn de maker van Kapitein Rob.

zondag 13 januari 2013

Harry Balm 13/1/1940

Op zijn 15e jaar ging Harry Balm onder leiding van Frans Piet werken bij de Haarlemse uitgeverij Spaarnestad. Daar maakte hij illustratie's voor de bladen die er werden uitgegeven. In het stripblad Sjors van de Rebellenclub uit de beginjaren zestig staat bijna in ieder nummer wel een of meer illustratie's van Balm. Vanaf 1965 maakte Balm ook strips. Voor het weekblad Sjors tekende hij een reeks korte biografische stripverhalen over historische figuren als Caesar, El Cid, Marco Polo, Lincoln, Beethoven, Stendhal en Richard Leeuwenhart. Deze verhalen werden in drie albums uitgegeven in de zwart-wit Oberon reeks. Balm was sinds 1969 (tot zijn pensioen) vormgever van het weekblad Donald Duck en andere Disney uitgaven. Maar Balm beperkte zich niet tot het vormgeven alleen. Hij schilderde ook verschillende schitterende illustraties bij tekstverhalen zoals deze voor De Ridders van de Tafelronde (1974)




.
Daarnaast schilderde Balm vanaf 1975 speciale Duck serie's als Galerij der groten, Klassiekers uit de Duckstadse Bibliotheek en samen met andere Disney tekenaars: Terug in de tijd met Mickey. De schilderijen gemaakt voor De galerij der Groten waren vorig jaar te bezichtigen in het Cobra Museum en konden zich verheugen op grote belangstelling van de bezoekers. Balm werkte in de jaren zeventig mee aan het stripblad de Vrije Balloen. In 1998 verscheen Balm's verstripping van Barnaby Rudge (Charles Dickens) bij uitgeverij Boumaar. tekenwerk: xc2xa9 Harry Balm Afgelopen jaar werd de "Bulletje en Boonestaak prijs" uitgereikt aan Harry Balm (een prijs voor striptekenaars die aan de wieg hebben gestaan van het Nederlandse beeldverhaal) . Helaas heeft Balm de bij de prijs behorende schaal tot op heden nog niet mogen ontvangen. Als de geruchten juist zijn werkt Balm momenteel aan de plannen voor een nieuw stripverhaal.